Naar de inhoud

Woordenlijst

De woorden van het examen

Dit zijn de woorden die het CBR en de examinator gebruiken, in gewone woorden uitgelegd.

Het examen

toetsmatrijs

Het document van het CBR waarin staat wat je moet kunnen en kennen. Het is de basis van de opleiding en het examen.

eindterm

Een hoofdonderwerp van het examen, zoals rijklaar controle of voertuigbeheersing. Het examen heeft er zes.

opleider

De rijschool of instructeur bij wie je leert. Je reserveert je examen via je opleider.

uitslag

Wat je na het examen meteen hoort. Hij is 3 jaar geldig.

De rijklaar controle

rijklaar controle

Wat je voor de rit nakijkt en klaarzet: de papieren, de buitenzijde, de vloeistoffen, de binnenzijde en het rijklaar maken.

kentekengegevens

De gegevens van het voertuig uit het kentekenbewijs of de kentekencard. Je vertaalt ze naar praktisch gebruik.

conformiteitsbewijs

Een document met de technische gegevens van het voertuig. Voor het examen neem je een afdruk mee.

steekproefsgewijs

Een deel van het voertuig bekijken, niet elk onderdeel. Zo controleer je de buitenzijde.

wielmoeren

De moeren waarmee een wiel aan het voertuig vastzit. Je kijkt of ze vastzitten.

spatscherm

Een scherm achter of boven een wiel. Het houdt opspattend water en vuil tegen.

wielophanging en vering

Het deel dat een wiel aan het voertuig verbindt en schokken opvangt.

stuurinrichting

Alles wat het stuurwiel verbindt met de wielen die sturen.

stootbalk

Een balk aan het voertuig die helpt voorkomen dat een ander voertuig eronder schuift.

cabinevergrendeling

De vergrendeling van de cabine, zodat ze op haar plaats blijft.

meetinstrumenten

De metertjes in de cabine, zoals de snelheidsmeter.

waarschuwingsinrichtingen

De lampjes en signalen in de cabine die een afwijking melden.

zichtsystemen

Wat je zicht rondom het voertuig geeft: de spiegels en camera’s.

Koppelen

aanhangwagen

Een wagen die je achter een vrachtwagen koppelt. Het CBR gebruikt het woord bij CE.

oplegger

Een aanhanger die voor een deel op de trekker rust.

koppelmechanisme

Het deel waarmee twee voertuigen aan elkaar worden gekoppeld. Je controleert het bij CE.

lucht-, elektro- en ABS-verbinding

De drie aansluitingen tussen vrachtwagen en aanhangwagen. Je controleert ze bij CE.

niet in het verlengde

De voertuigen staan bij het koppelen niet recht achter elkaar.

De rit

professioneel rijgedrag

Rijden volgens de principes van milieu- en energiebewust rijden.

uitrollen

Vertragen zonder te remmen, door het voertuig te laten rollen in de versnelling.

rolvermogen

De kracht waarmee het voertuig blijft rollen als je geen gas geeft.

hulpremsysteem

Een rem naast de gewone rem, zoals een motorrem of retarder.

dode hoek

Een plek rond het voertuig waar je de ander niet ziet in je spiegels.

defensieve rijstijl

Rijden met veel ruimte en aandacht voor wat anderen kunnen doen.

ritopdracht

De opdracht van de examinator om een route te rijden.

Bijzondere verrichtingen

steken

Keren door een paar keer vooruit en achteruit te rijden.

halve draai

Een bijzondere verrichting bij C en C1, niet bij CE.

hellingproef

Een bijzondere verrichting op een helling.

laadvloer of laadhelling

De plek waar je laadt en lost. Je parkeert er veilig.

laadperron

Een laadplek op een industrieterrein. Bij CE oefen je er de verrichtingen.

code 78

De code op je rijbewijs als je het examen in een automaat deed. Je mag dan alleen in een automaat rijden.