Woordenlijst
De woorden van het examen
Het examen is in het Nederlands, ook als je een tolk meeneemt. Dit zijn de woorden die de examinator gebruikt, in gewone woorden uitgelegd.
Documenten en gewichten
kentekenbewijs
Het document van een voertuig met het kenteken en de technische gegevens, zoals de massa’s. De examinator stelt er vragen over, van de auto en van de aanhanger.
toegestane maximummassa (TMM)
Hoe zwaar een voertuig met lading erin of erop hoogstens mag zijn. Staat op het kentekenbewijs. Met de TMM van auto en aanhanger samen bepaal je of je BE nodig hebt.
massa rijklaar
Wat een voertuig weegt als het klaar is om te rijden, zonder lading. Staat op het kentekenbewijs.
laadvermogen
Hoeveel lading er hoogstens in of op mag: de toegestane maximummassa min de massa rijklaar.
maximaal trekgewicht
Hoe zwaar de aanhanger hoogstens mag zijn die een auto trekt, apart voor een geremde en een ongeremde aanhanger. Staat op het kentekenbewijs van de auto.
combinatie (samenstel)
De auto en de aanhanger samen, als één geheel.
De aanhanger en de koppeling
trekhaak
Het deel achter op de auto waar de aanhanger aan vastzit, met bovenop de kogel.
dissel
De stang of driehoek aan de voorkant van de aanhanger. Hij loopt naar de auto, met de koppeling aan het eind.
koppeling
Het deel voorop de dissel dat over de kogel van de trekhaak valt en daar vastklikt.
kogeldruk
De kracht waarmee de dissel van de aanhanger van boven op de kogel van de trekhaak drukt. Hij hangt af van hoe je laadt. Hoeveel er mag, hangt af van de auto en de trekhaak.
neuswiel
Het kleine wiel onder de dissel. Daarop staat de aanhanger als hij los is. Je verplaatst hem ermee met de hand en laat er de koppeling mee op de kogel zakken.
oploopreminrichting
De remmen van een geremde aanhanger, zonder eigen aansluiting op het rempedaal. Remt de auto, dan loopt de aanhanger op en drukt hij de dissel in. Daardoor remt de aanhanger.
losbreekkabel
Een kabel tussen een geremde aanhanger en de auto. Raakt de aanhanger los van de auto, dan trekt de kabel de handrem van de aanhanger aan.
stekker en contactdoos
De verbinding voor de verlichting van de aanhanger: de stekker aan de aanhanger gaat in de contactdoos bij de trekhaak.
Rijden met een aanhanger
inloop
In een bocht rijdt de aanhanger een kortere lijn dan de auto: hij snijdt de bocht naar binnen af. Daarom neem je een bocht ruimer.
uitzwaai
Bij het insturen beweegt de achterkant van een voertuig eerst even naar de andere kant, naar buiten.
kijkgedrag
Hoe en wanneer je om je heen kijkt: spiegels, over je schouder, vooruit. De examinator let er tijdens de hele rit op.
invoegen en uitvoegen
De snelweg op rijden vanaf een invoegstrook, en de snelweg verlaten via een uitvoegstrook.
Het examen
praktijkexamen
Het examen waarin je laat zien dat je kunt rijden. Voor BE is dit het hele examen: er is geen theorie-examen.
bijzondere verrichtingen
De oefeningen op het examen naast het gewone rijden, zoals achteruitrijden of keren.
halve draai
Keren op de weg met één ruime bocht naar de andere weghelft, zonder achteruit te rijden.
tussentijdse toets
Een oefenexamen van het CBR, even lang en met dezelfde delen als het examen. Doe je daar de bijzondere verrichtingen goed, dan hoef je die op het examen niet meer te doen.
uitslagformulier
Het formulier dat je na een gezakt examen krijgt, met waar je nog aan moet werken.
