Naar de inhoud

Onderwerpen De rit

De rit

Spiegelen en bochten

Lees eerst de les, of ga meteen naar Oefenen.

Leren

  1. Zicht langs de aanhanger

    Met je spiegels zie je genoeg van de weg naast en achter de combinatie. Neemt de aanhanger dat zicht weg, dan moet de auto buitenspiegels hebben waarmee je dat stuk weg wel overziet.

  2. Vaak in de spiegels

    Achter een gesloten aanhanger zie je niets door de achterruit, dus stel je de buitenspiegels voor vertrek goed af, zo nodig met verlengstukken. Instructeurs leren je ze vaak te gebruiken: in bochten, bij het wegrijden en bij elke verplaatsing opzij.

    Advies van instructeurs. Een werkwijze uit de rijles, geen regel uit de wet of van het CBR.

  3. Bochten: de aanhanger gaat binnendoor

    De aanhanger draait om de trekhaak en rijdt in een bocht een krappere lijn dan de auto. Stuur daarom iets later in en volg in de spiegel aan de binnenkant of de wielen van de aanhanger vrij blijven van stoep, paal en fietser. Sta je vlak naast een paal en moet je scherp wegsturen, rij dan eerst een stukje rechtuit, anders zwaait de achterkant van de aanhanger ertegen.

    Advies van instructeurs. Een werkwijze uit de rijles, geen regel uit de wet of van het CBR.

  4. Afslaan: wie naast je rijdt, gaat voor

    Wie afslaat, laat het verkeer voorgaan dat op dezelfde weg tegemoetkomt of naast of dicht achter hem rijdt. Met een aanhanger rijdt een fietser vaak naast de aanhanger in plaats van naast jou: kijk daarom voor het afslaan goed in je spiegel.